Gerrit Callenburgh


NationalityDutch 
RolesNaval Sailor 
Date of Birth6.12.1642 - WillemstadW014
First Known Service6.12.1642W014
Last Known Service8.10.1722W014
Date of Death8.10.1722 - VlaardingenW014

Event History


Date fromDate toEventSource
10.2.1670/71 LuitenantW014
10.2.1670/715.3.1672/73De Zeven Provinciën (86), LuitenantB067
28.5.1672 Battle of Solebay 
15.3.1672/73 Kapitein-luitenantW014
15.3.1672/738.1673Maagd van Dordrecht (68), Kapitein-luitenantB067
8.167313.2.1673/74De Zeven Provinciën (86), Kapitein-luitenant and Commanding OfficerB067
13.2.1673/74 KapiteinW014
13.2.1673/741675De Zeven Provinciën (86), Kapitein and Commanding OfficerB067
16751677Eendracht (76), Kapitein and Commanding OfficerB067
8.1.1675/76 Second battle of Stromboli 
22.4.1676 Battle of Agosta 
2.6.1676 Commanded the Second Dutch Mediterrranean Squadron at the Battle of Palermo 
1688 Maagd van Dordrecht (68), Kapitein and Commanding OfficerDWAS-1600
1690 Westfriesland (90), as Flag Officer, Vice-admiraalDWAS-1600
30.6.1690 Commanded the Dutch Van at the Battle of Beachy Head 
18.4.1692 Vice-admiraalW014
1696 Zeven Provincien (92), as Flag Officer, Lieutenant-admiraalref:571
20.11.1697 Lieutenant-admiraalW014
1704 Graaf van Albemarle (64), as Flag Officer, Lieutenant-admiraalBWAS-1603
13.8.1704 Commanded the Rear (Dutch) Squadron at the Battle of Malaga 

Notes on Officer


Biographical notesBPvN

CALLENBURGH (Gerard), geboren den 8sten April 1642 te Willemstad, waar zijn vader koopman in hout was, trad in 1661 als Adelborst in 's Lands zeedienst, werd vijf jaren daarna tot Tweede Luitenant benoemd. Na vijf jaren in die betrekking gediend te hebben, werd hij, op het uitdrukkelijk verzoek van de Ruiter als Tweede Luitenant op diens schip overgeplaatst, waarmede hij, den 7den Junij 1672, den slag van Solebay bijwoonden. In hetzelfde jaar werd hij tot Tweede Kommandeur over de zeelieden benoemd, die het Vaderland op de rivieren verdedigden. Met overspringing van den rang van Eersten Luitenant, werd hij in 1673, door den Prins van Oranje tot Extraordinair Kapitein aangesteld en kort daarop tot Eersten Kapitein op het schip van den Schout-bij-Nacht Jan Janse van Nes. Op het laatst van 1673 werd hij, na de dood van Jan Willemsz. van Nijmegen, Eerste Kapitein op het Admiraalschip van de Ruiter, de zeven Provincien, waarmede hij den togt naar Martinique in 1674 bijwoonde Bij de Ruiters laatsten zeetogt kweet hij zich, nadat de Admiraal de wond was toegebragt, waaraan deze naderhand overleed, met manhaftigheid; spoorde ieder tot zijnen pligt aan, en stelde op alles de beste orde, zoodat noch vijand noch vriend bemerkte, dat de Admiraal gewond was. Ook werd de strijd, op zijn smaldeel en bijzonderlijk op zijn eigen schip met den zelfden moed gaande gehouden en even hevig gevochten. Hij hield zich altoos digst bij het reddelooze schip van den Graaf van Stirum, dat meest in gevaar was, doordien de vijanden, met acht schepen, en onder deze twee Schouten bij Nacht het meest daarop aanlegden. Doch door Callenburgh en zijne medestanders werd zoo sterk en zoo vaardig met het geschut vuur gegeven, als men dit met musketten zou hebben kunnen doen, waardoor hij ze zoowel afwees, dat zij aldra de wijk namen.

Callenburgh bleef met het schip van de Ruiter, daags na den slag, noch zee houden, tot dat men de Franschen naauwelijks van de stengen meer zien kon, en daar de wind toen meer en meer opstak, liep de vloot omtrent den middag naar Siragossa, waar de Admiraal den 29sten April overleed. Na verloop van eenige dagen zeilde men van daar naar Palermo; de Haan voerde de tweede Admiraals-vlag, Callenburgh die van Vice-Admiraal en Pieter van Middellandt die van Schout bij Nacht. De Fransche begaven zich wederom in zee, kwamen den 1sten Junij in het gezigt van Palermo, en, nadat eenigen van hunne Bevelhebbers de ligging der Spaansche en Hollandsche vloot opgenomen hadden, kwamen zij den volgenden dag op hen af, en ziende dat de Spaansche Vice-Admiraal, zonder weêrstand te bieden, zijn kabel kapte, en dat er diensvolgens groote wanorde onder de Spaansche en Nederlandsche schepen ontstond, maakte zij daarvan tot hun voordeel gebruik en verbrandde eenige Nederlandsche schepen. Het schip de Eendracht,  waarop het lijk van den Admiraal was, liep zelfs groot gevaar; doch Callenburghs moed bezweek niet, hij hield het meer dan anderhalf uur uit, en schoot zoodanig op de Franschen dat zij afweken. Daar de Haan in den slag was gesneuveld, voerde Callenburgh het opperbevel over de vloot, volgens minnelijke schikking. De oudste aanwezige Kapitein Jacob Teding van Berkhout, meende op dien rang aanspraak te hebben en het gezag werd eenigzins verdeeld, doch Callenburgh bleef als Vice-Admiraal bevel voeren over het smaldeel. Toen later Philips van Almonde als Schout-bij-Nacht het bevel over dit smaldeel te Napels aanvaardde, vond Callenburgh daarin redenen tot klagen. ‘Het was vrij hard voor een eerlijk man,’ zoo drukte hij zich uit, ‘die zonder grootspraak meende te mogen zeggen, dat hij het gebied over 's Lands vloot wel had gevoerd na eerst als meester gehandeld te hebben, nu zich als een bediende te moeten gedragen, bij en onder een hoofd, die geen hoogeren rang dan van Schout-bij-Nacht bekleedde.’ Evenwel bleef er geen wrok tegen Almonde bij hem bestaan. Zij hebben later in de beste verstandhouding geleefd.

Hij was in 1688 nog Admiraals- of Eerste zeekapitein, en waarschijnlijk uit dien hoofde toen ook Kapitein van de lijfcompagnie matrozen voor Prins Willem III, als Admiraal-Generaal, opgerigt. Zonder ooit Schout-bij-Nacht te zijn geweest, werd hij den 16den April 1689 Vice-Admiraal voor den zeeraad van het Noorderkwartier. In die waardigheid ontving hij in het volgende jaar, zich op het schip West-Friesland in Duins bevindende, eenen brief van den gezegden Prins, toen Koning van Engeland, waarbij hem het gebied over de vloot, in het afzijn van den Luitenant-Admiraal Cornelis Evertsen, werd opgedragen, en hem, wanneer die Luitenant Admiraal in de vloot zou zijn aangekomen, als tweede stem, zitting in de krijgsraad vergund werd.

In Junij van dat jaar voerde hij in de vereenigde Engelsche en Nederlandsche vloot den voortogt aan; sloeg, met zijne bijhebbende schepen, bij Bevezier tegen de Franschen, waar de voortogt zich met alle eer en roem uit eenen fellen, langdurigen strijd en de Nederlandschen vloot uit groot gevaar redde. Toen zijn moedeloos scheepsvolk zijn ontredderd schip tegen den wal wilde aanzetten, poogde hij het eerst tot bedaren te brengen, en voegde er bij, toen hij daarin niet slaagde ‘dat hij hem, die weder daarvan sprak met een rappier zou doorsteken of met eene pistool den kop doorschieten.’ Hij bragt zijn schip nog behouden uit den strijd. In het volgende jaar had hij in eene eveneens vereenigde vloot het bevel op het schip het Kasteel van Medemblik van 86 stukken en werd in October met negen Nederlandsche oorlogschepen en twee branders naar Spanje gezonden.

De waardigheid van Vice-Admiraal voor den zeeraad van de Maas, in 1692, bekomen hebbende, was hij, met bovengemeld schip, in de vereenigde Engelsche en Nederlandsche vloot tegenwoordig, toen deze onder het opperbevel van den Engelschen Admiraal Edward Russel, in Mei van dat jaar, omstreeks Barfleur door de Franschen werd aangevallen. Aan dit gevecht konden de Nederlanders, onder den Luitenant-Admiraal Filips van Almonde, door de kalmte van den wind, weinig deel nemen, doch Callenburgh, die het bevel over de voorhoede had, ontving, volgens zijne gewoonte, de Franschen zoowel, dat zij spoedig afhielden. Nadat de vereenigde vloot was uiteengegaan, bleef Callenburgh het bevel voeren over eene wintervloot van 21 schepen en 7 branders.

Op het laatst van Januarij 1694 kwam hij, benevens den Engelschen Admiraal Wheler, met omtrent 30 oorlogschepen en eene groote vloot koopvaardijschepen, welke zij naar Italië en den Levant moesten geleiden te Cadix, en deden de Baai van Gibraltar aan. Met het begin van Maart weder in zee gestoken, werden zij door eenen der verschrikkelijkste stormen beloopen, welke men ooit in die gewesten gezien had, verzeld van donder, bliksem, duisternis en holle zee. De Admiraal Wheler werd met zijn schip van tachtig stukken en al het volk, uitgezonderd twee Mooren, onder de golven begraven. doch Callenburgh bleef gelukkig bewaard. Met het schip de Ridderschap, van 72 stukken vertoefde hij aan de Spaansche kust, tot in Julij, toen hij op de Beschermer van 90 stukken overging en zich, met zijne bijhebbende schepen, omtrent de Straat van Gibraltar, bij de vereenigde Engelsche en Nederlandsche vloot begaf, bestaande uit 40 Engelsche schepen onder het bevel van den Admiraal Russel, 23 Nederlandsche en 10 Spaansche. Het opperbevel over alle de Nederlandsche schepen was nu aan Callenburgh toevertrouwd. In den krijgsraad werd besloten naar Bareelona te zeilen, ten einde die stad, welke door de Franschen te water en te land belegerd was, te ontzetten en het overige van Catalonië te behouden, hetgeen ook gelukkig werd ten uitvoer gebragt. Voor de ten dezen bewezene diensten werd Callenburgh, door de regering van Barcelona, beschonken met eenen zilver vergulde lampetkan en schotel, waarin het wapen der stad was gedreven, benevens twee zilveren fruitschotels; ook was de Koning van Spanje over de bijstand der Nederlanders zoo voldaan, dat hij de Vice-Admiraal Callenburgh een diamanten kruis tot eene vereering zond.

In November van het volgende jaar kwam Callenburgh, benevens den Admiraal Russel, met bijna dertig zoo Nederlandsche als Engelsche schepen en eene menigte koopvaarders in Engeland.

Op het laatst van Junij 1696 hielp hij, die toen bevel voerde op het schip de Zeven Provincien van 90 stukken, met de Engelsche en Nederlandsche vloot eene landing doen op de Fransche kust, bijzonder op de Eilanden Heizant; waarna hij zich, in Junij van het zelfde jaar, met de gezegde vloot, weder op de Fransche kust vertoonde, en geen der minste was, die de stad St. Marten op het eiland Ré de uitwerking der bommen deed gevoelen, welke daar groote verwoestingen aanrigtten.

In 1697 tot Luitenant-Admiraal voor het Noorderkwartier verheven, diende hij in dien aanzienlijken rang op het schip Holland en in 1702 op de vereenigde volten waarover de Engelsche Admiraal George Rooke en de Nederlandsche Admiraal het opperbevel hadden, en was bij den vruchteloozen togt naar Cadix tegenwoordig; en daarna bij de roemruchtige overwinning bij Vigos, waarbij Callenburgh, ten dage, dat de Spaansche vloot, in de Baai van Vigos aangevallen en overmeeslerd werd, op verzoek van Almonde, wegens diens onpasselijkheid, het bevel voerde; terwijl zijn stiefzoon Barend van der Pot, Kapitein voor het collegie op de Maas, met het schip Dordrecht, door hem op den vijand afgezonden, alleen vier Spaansche gallioenen veroverde.

Gelukkig werd Callenburgh andermaal bewaard in den vreeselijken orkaan, die in 1703 op deze kust woedde. Want deze dreef hem, dien men met eene vloot oorlogs- en transportschepen, benevens eene menigte andere schepen en vaartuigen, uit Texel voor de Maas verwachtte, op de kusten van Noorwegen, van waar hij den 1 Januarij 1704, te Spithead aankwam, en dus als bewaard werd, om in dat jaar, den Aartshertog Karel van Oostenrijk, toen reeds bekend bij den naam van Karel III, Koning van Spanje, naar Portugal over te brengen; voorts in Mei eenen aanslag op Barcelona te ondernemen, welke, alzoo die stad te wel bezet was, na een bombardement van eenige uren, vruchteloos afliep; en in Julij de stad Gibraltar te helpen innemen, die hij met bommen teisterde, terwijl de Engelsche en eenige Nederlandsche troepen haar van de landzijde aanvielen. Spoedig volgde de overgaaf en hoeveel deel Callenburgh aan die verovering gehad heeft, blijkt uit eenen brief des Konings van Spanje, waarin deze hem ‘zijne voldoening en dank betuigt over den grooten ijver, dien hij voor de algemeene zaak en 's Konings bijzondere belangen betoond, en voor de verdiensten, die hij in deze gelukkige onderneming ten toon gespreid heeft.’

Na dit verrigt te hebben geraakte hij met de achterhoede der vloot, bestaande uit 12 Nederlandsche schepen, den 24sten Julij omtrent Malaga, slaags met de Franschen vloot, in welk gevecht het schip de Albemarle, waarop hij zich bevond, 20 dooden en 45 gekwetsten bekwam, en zoo doornageld was, dat het buiten staat was de vlag te voeren, waarop Callenburgh voor eenige tijd op het schip Katwijk, gevoerd door Kapitein Schrijver, overging. Hierin mogt hij de bijzondere bescherming der Goddelijke Voorzienigheid ondervinden, want het schip Albemarle vloog drie dagen later door eigen kruid in de lucht, wordende er van de geheele bemaaning slechts negen matrozen behouden opgevischt. De schade welke de Admiraal door dit ongeval onderging, was niet gering, want alle zijne goederen, op de Albemarle achtergebleven zijnde, gingen, even als zijne dagregisters, verloren. De bondgenooten trokken groot voordeel uit het gevecht. Daar men nu Gibraltar met meer volk kon bezetten, terwijl die vesting bij het verliezen van dien slag niet zou te houden zijn geweest. Ook werd Callenburgh sedert, in Holland verslag doende, door de Staten, voor zijne goede verrigtingen, beleid en dapperheid hooglijk dank gezegd.

Na eindelijk zoovele gevaren te hebben doorgestaan en zoovele blijken van heldemnoed te hebben gegeven, werd hij, den 14den Februarij 1709, tot Luitenant-Admiraal voor het collegie ter Admiraliteit te Amsterdam aangesteld en den 19den Februarij 1711 in den zelfden rang voor het collegie op de Maas; waarna hij zijne dagen in vrede te Vlaardingen doorbragt, alwaar hij reeds vroeger zijne woonplaats gevestigd had en de aanzienlijkste regeringsposten bekleedde; zoo werd hij in 1678 Vroedschap en in het volgende jaar Burgemeester, welke waardigheid hem daarna nog dikwijls werd opgedragen, ook nog in 1701, doch het jaar daarna werd hij om zijne hooge jaren en 's Lands dienst, op zijn verzoek, van de stedelijke regering ontslagen.

Hij overleed aldaar den 8sten October 1722. Een praalgraf, zoo wel door hem verdiend, werd niet voor hem opgerigt. Boven zijnen grafkelder te Vlaardingen, werd zijn wapen, versierd met gouden scheepskroon en helm, tusschen twee banieren opgehangen. Deze gedenkstukken zijn in de omwenteling van 1795 vernield. Bij zijne echtgenoote Lucrctia Bosch Pietersdochter, eerder weduwe van Gijsbert van der Pot, Kapitein van een Vlaardinger koopvaardijschip, liet hij drie dochters na: Rebeeca Callenburgh gehuwd met Anthony Baartman, Ordinaris Raad in de Kamer van Justitie van Vianen en Ameide, door wiens nakomelingen den naam Callenburgh, nu veranderd in Kallenberg, later is overgegaan op een tak der familie van den Bosch, en thans nog gevoerd wordt door den Eersten Luitenant der Genie Reijer Jan Anthony Kallenberg van den Bosch. De beide andere dochters van den Luitenant-Admiraal Adriana Callenburgh en Geertrui Callenburgh zijn ongehuwd overleden.

's Mans afbeeldsel is tweemalen in prent gebragt, beide geteekend door Aart Schouman, naar de oorspronkelijke schilderij van Johannes Vollevens, thans nog in het bezit van bovengenoemde Luitenant Kallenberg van den Bosch. Eens is het gegraveerd in folio door Pieter Tanjé, en eens in 8o. door Jacobus Houbraken. Het eerst treft men aan in Vlaardingen in zijne opkomst, aanwas, Geschiedenis, enz. bl. CXXI het andere in Wagenaar. Vaderl. Hist. Dl. XVII bl. 224. Zijn wapen had in de regter bovenhoek een kanton van sabel, met eene ster van goud, en bestond voorts uit een veld van keel met twee sterren van zilver, de eene ster nevens het kanton, de andere onder in het midden van het schild.

Translation by google

CALL BURGH (Gerard), born on the 8th April 1642 in Willemstad, where his father was a merchant in wood, joined in 1661 as a Midshipman in the country's naval service, was appointed five years thereafter to Second Lieutenant. After five years in that regard to have served, he was at the express request of the Rider as Second Lieutenant transferred to his ship, which he, the 7th of June 1672, the battle of Solebay attending. In the same year he was nominated for the sailors to Second Commander, who defended the Motherland on the rivers. With hopping from the rank of first lieutenant, he was in 1673 by the Prince of Orange, appointed Additional Raunchy Captain and shortly thereafter to Eersten captain on the ship of the Rear-Night Jan Janse van Nes. In the end of 1673, he was after the death of Jan Willemsz. Nijmegen, First Captain of the Admiral Ship Rider, the Seven Provinces, which he the voyage to Martinique in 1674 attended at the Riders last zeetogt he acquitted himself after Admiral wound had now brought, which it subsequently died, with manliness; urged everyone to his duty, and made up all the best order, so that neither enemy nor friend saw that the admiral was wounded. The fight, in his squadron and special corpse on his own ship with the On that courage was maintained and equally fierce fighting. He kept himself always digst at the defenseless ship rescued from the Earl of Stirum was most at risk, in that the enemies, with eight ships, and among these two Schouten at Night built the most it. But by Call Burgh and his supporters was so strong and so decisive given by the gunfire, as one might have been able to do this with muskets, which he rejected them both that they aldra took refuge.

Call Burgh continued to keep the ship Rider, the day after the battle, nor sea, till they see the Frenchmen hardly the stalks more could, and as the wind when more and more raised, the fleet was about noon to Siragossa, where the admiral died on the 29th April. After a few days they sailed to Palermo from there; de Haan led the Admirals second-flag Call Burgh of Vice Admiral and Pieter van Resource Lands of Rear Admiral. The French went down again into the sea, the 1st of June, came in sight of Palermo, and after for some of their commanders had taken the position of the Spanish and Dutch fleets, they came the next day to them, and seeing that the Spanish Vice -Admiraal, without resistance, cable sliced, and that according to his great disarray among the Spanish and Dutch ships came, she made it to their advantage and use burned some Dutch ships. Ship Concord, which was corpse of the Admiral, even ran great danger; Callenburghs courage but did not collapse, he loved it more than a half hour out, and shot such, the Frenchmen that they had departed. Since the Rooster in the battle were killed, Call Burgh led the command of the fleet, according to an amicable settlement. The oldest existing Captain Jacob Berkhout, thought to have claim on that rank and authority was somewhat divided, but Call Burgh remained as vice admiral in command of the squadron. When later Philips Almonde¸ as Rear-night accepted command of this squadron to Naples, Call Burgh liked to complain includes reasons. "It was quite hard for an honest man," so he expressed himself, "without boasting thought may say that he terms about the country's fleet did have passed after first acted as master to have now as a clerk to have to behave, at and below a head, who held no higher rank than that of Rear Admiral Night. "However, there was no existence Almonde¸ grudge against him. They later lived in the best of terms.

He was in 1688 still Admiraals- or First sea captain, and probably for that reason as well Captain body company seamen for Prince William, as Admiral General, erected. Without ever having been Rear-night, he became the 16th April 1689 Vice-Admiral for the zeeraad of the Northern Quarter. In this dignity he received in the following year, standing on the ship West-Friesland in the Downs, a letter from the sayings Prince, then King of England, taking him to the area of ​​the fleet in the afzijn of Lieutenant-Admiral Cornelis Evertsen, was commissioned him when that Lieutenant Admiral in the fleet would have arrived as a second voice, seat has been approved in the court-martial.

In June, of that year, he performed in the combined English and Dutch fleet for the expedition to; hit, with his bijhebbende ships, to Bevezier against the French, where the expedition with all the honor and glory of Eenen fierce, protracted conflict and the Netherlands Chen fleet rescued from danger. When his dispirited crew are shattered ship wild incitement against the shore, he tried first to pacify, and added, when he succeeded 'he him, who spoke again it was by stabbing with a rappier or with one gun the head by shooting. "He brought his ship still preserved from the battle. In the following year he had one also combined fleet command on the ship Medemblik Castle of 86 pieces and was sent in October with nine Dutch warships and two burners to Spain.

The dignity of Vice-Admiral for the zeeraad of the Meuse, in 1692, obtained it, he was, with that said vessel, the combined English and Dutch fleet today, when this under the supreme command of the English Admiral Edward Russell, in May of that year, around Barfleur was attacked by the French. This fight could Dutch, under Lieutenant-Admiral Philip of Almonde¸ by the calmness of the wind, take little part, but call Burgh, who had commanded the vanguard, received, according to his custom, the French as well, they soon were turning. After the combined fleet was parted, Call Burgh continued to command one winter fleet of 21 vessels and 7 burners.

In the end of January, 1694, he came, besides the English Admiral WHELER, with about 30 warships and a large fleet of merchant ships, which it to Italy and the Levant had to conduct at Cadiz, and did the Bay of Gibraltar. With the beginning of March again put to sea, they were monkey bars By one of the most terrible storms, which they had seen in those regions, verzeld of thunder, lightning, darkness and hollow sea. Admiral WHELER was with his ship of eighty pieces and all the people except two Moors buried beneath the waves. Call Burgh but fortunately preserved. The ship Knighthood, 72 pieces he lingered on the Spanish coast, until July, when he switched to the Protector of 90 pieces and himself, with his bijhebbende ships on the Strait of Gibraltar, with the combined English and Dutch fleet went consisting of 40 English ships under the command of Admiral Russel, 23 Dutch and 10 Spanish. The supreme command of all the Dutch ships were now entrusted to Call Burgh. In the council decided to sail to Bareelona in order the city which was besieged by the French water and land, to buckle and preserve the rest of Catalonia, which luckily was also brought into effect. For in these services has proved Call Burgh by the Government of Barcelona, ​​intoxicated with Eenen silver gilt ewer and dish, in which the arms of the city was driven, besides two silver fruit platter; even the King of Spain was on the assistance of the Dutch so satisfied that he is the Vice-Admiral Call Burgh sent a diamond cross to one worship.

In November of the following year came Call Burgh, besides Admiral Russel, with nearly thirty zoo Dutch as English ships and a crowd of merchants in England.

In the end of June, 1696 he helped, who then was in command on the ship the Seven Provinces of 90 pieces, with the English and Dutch fleets do one landing on the French coast, particularly on the islands Heizant; after which he, in June, of the same year, with the adage fleet showed again on the French coast, and was not the least, the city of St. Marten on the island of Ré was felt the impact of the bombs, which it great destruction aanrigtten.

In 1697, Lieutenant-Admiral for Noorderkwartier lofty, he served in this respect resemble rank on the ship Holland and in 1702 on the combined Volten which the British Admiral George Rooke and the Dutch admiral had the supreme command, and was with the fruitless expedition to Cadiz nowadays; and then at the notorious victory Vigos which call Burgh, the day that the Spanish fleet, attacked in the Bay Vigos and overmeeslerd was, at the request of Almonde¸ because of his indisposition, commanded; while his stepson Barend van der Pot, Captain for Collegie on the Maas, with Dordrecht the ship, which he despatched to the enemy, captured only four Spanish galli millions.

Happy Call Burgh was once kept in the terrible hurricane that raged in 1703 on this coast. Because this drove him whom one with a fleet warships and transports, besides a host of other ships and craft expected from Texel to the Meuse, on the shores of Norway, from where he found the first of January 1704, arrived at Spithead, and so as was stored for that year, the Archduke Charles of Austria, was already known by the name of Charles III, King of Spain, to transfer to Portugal; Furthermore, in May to take Eenen attack on Barcelona, ​​which, even so that city to be occupied, after a bombardment of several hours, ended fruitlessly; and in July, to help take the city Gibraltar, which he endured with bombs, while the English and some Dutch troops attacked her from the land side. Soon followed the surrender and what portion Call Burgh that conquest has been demonstrated by an epistle of the King of Spain, where it him "his satisfaction and thanks it for the great zeal which he for the general case and the King's special interests wrought and for the merits, he staggered on display in this happy company. "

After this Having done to have it hit the rear of the fleet, consisting of 12 Dutch ships, the 24th of July about Malaga, clashed with the French fleet, in which combat ship Albemarle, which he was, 20 dead and 45 wounded bekwam and was nailed so that it was unable to carry the flag, which call Burgh for some time on the ship Katwijk, conducted by Captain Writer, passed. Here he Mögt special protection experience of Divine Providence, for the ship Albemarle flew three days later by its own spice in the air, getting there the whole bemaaning only nine sailors maintain fished. The damage which underwent the Admiral by this accident, was not insignificant, because all his goods, being left on Albemarle, went, like his dagregisters lost. The allies drew great benefit from the fight. There they now Gibraltar with more people could occupy while stronghold in losing that battle would not have been able to keep. It was also Call Burgh since, in Holland doing report by the States for his good verrig ordinances, policies and bravery high thanks corpse said.

After finally having endured so many dangers and so many seem to have given heldemnoed, he was the 14th of February 1709, Lieutenant-Admiral appointed to the Board supervising the Admiralty in Amsterdam and on the 19th of February 1711 in the On that rank for Collegie on Maas; after which he brought his days in peace at Vlaardingen, where he had already established his former residence and held more honorable government posts; so he was in 1678 Vroedschap and in the following year Mayor, what dignity was then still often entrusted to him, also in 1701, but one year later he was to his high years and the country's service, at his request, the urban Government layoffs.

He died there on the 8th of October 1722. A mausoleum, so well deserved by him, was not erected for him. Above his tomb in Vlaardingen, his arms decorated with golden ship's crown and helmet, hung between two banners. These memorials were destroyed in the revolution of 1795. When his wife Lucrctia Bosch Pieter Daughter, previously widow of Gijsbert van der Pot, captain of Vlaardingen merchant ship, he left behind three daughters: Rebeeca Call Burgh married to Anthony Baartman, Ordinary Council in the Chamber of Justice of Vianen and Ameide, by whose descendants den Call Burgh name, now turned into Kallenberg is passed later on a branch of the family van den Bosch, and now are being held by the First Lieutenant of Genie Reijer John Anthony Kallenberg van den Bosch. The other two daughters of Lieutenant-Admiral Adriana Call Call Burgh Burgh and Gertrude are unmarried deceased.



Sources


IDDescriptionAuthorType
W014Anglo-Dutch Wars BLOGJames C BenderWeb Site
B067Naval Warfare in the Age of SailBrian TunstallBook
DWAS-1600Dutch Warships in the Age of Sail 1600 - 1714James BenderBook
ref:571Koninklijke Marine Web Site
BWAS-1603British Warships in the Age of Sail 1603 - 1714Rif WinfieldBook
BPvNBiografisch Portaal van Nederland Web Site

Previous comments on this pageno comments to display
Make a comment about this page





Recent comments to other pages
Date postedByPage
Thursday 18th of July 2019 08:42CyRussian Third Rate ship of the line 'Yaroslav' (1784) (74)
Thursday 18th of July 2019 08:10CyFrench Third Rate ship of the line 'Le Tonnant' (1743) (80)
Wednesday 17th of July 2019 20:55James Jeffrey CotterBritish ketch 'Portsmouth' (1665) (10)
Wednesday 17th of July 2019 20:25Albert ParkerFrench Third Rate ship of the line 'Le Tonnant' (1743) (80)
Wednesday 17th of July 2019 17:32GrammontRussian Third Rate ship of the line 'Yaroslav' (1784) (74)